Verwarm de oven voor op 190 °C (boven- en onderwarmte).
Snijd de appels doormidden, verwijder het klokhuis en snijd ze in flinterdunne plakjes. Laat de schil zitten.
Doe de appelplakjes in een kom met citroensap en 2 el water.
Verwarm 2–3 minuten in de magnetron tot ze buigzaam zijn. Giet af.
Meng suiker, kaneel en vanillesuiker.
Rol het bladerdeeg uit en snijd elke rol in 3 lange stroken.
Leg de appelplakjes overlappend op de bovenste helft van elke deegstrook. Laat de ronde kant net boven de rand uitsteken.
Strooi het kaneelsuikermengsel over de appels.
Vouw de onderste helft van het deeg over de appels heen.
Rol de strook voorzichtig maar stevig op tot een roosje.
Zet elk roosje in een ingevette muffinvorm.
Bak 35–40 minuten tot goudbruin en knapperig. Wordt de bovenkant te donker? Dek losjes af met folie.
Laat iets afkoelen en bestuif met poedersuiker.